Nederlands English Français Deutsch



 
Aardbevingen
Aardbevingen komen vrijwel nooit zomaar ergens geïsoleerd voor; ze zijn altijd verbonden met breuken die in de ondergrond lopen. Door onze provincie lopen twee grote breuken, de Peelrandbreuk en de Feldbissbreuk. Beide breuken lopen van het noord-westen naar het zuid-oosten van Limburg. De noordelijke breuk is de Peelrandbreuk en de zuidelijke is de Feldbissbreuk. Het gebied tussen deze twee breuken, de Roerdalslenk, zakt langzaam ten opzichte van de gebieden erbuiten. Deze daling gebeurt niet altijd vloeiend, maar soms schoksgewijs, dat zijn aardbevingen. De aardbeving bij Roermond in 1992 is de krachtigste ooit geregistreerd in Nederland. De aardbeving vond plaats langs de Peelrandbreuk op een diepte van 15 km.

In Zuid-Limburg lopen ook nog een aantal kleinere breuken, waarvan er op dit moment ook een aantal actief zijn, zoals de Kunradebreuk bij Voerendaal / Heerlen / Kunrade. De grootste aardbeving die tot nu toe langs die breuk heeft plaatsgevonden had een kracht van 3,9 op de schaal van Richter.
De aardbeving van 22 juli 2002 bij Alsdorf vond plaats op een breuk die parallel loopt aan de Feldbissbreuk. De beving had veel naschokken net zoals de beving bij Roermond. Een relatie tussen de mijnbouw en aardbevingen in Limburg is tot nu toe niet vastgesteld.
Zware aardbevingen en breuklijnen in kaart gebracht  


Figuur 1
Kaartje van Limburg en omgeving.

De rode en roze cirkels zijn aardbevingen. Hoe groter de cirkel hoe meer energie bij een beving vrijkomt (magnitude). De twee zwarte lijnen zijn de Peelrandbreuk (noordelijke) en de Feldbissbreuk (zuidelijke). De grijze lijnen zijn kleinere breuken, zoals de Kunradebreuk (onderste grijze lijn). De grote roze cirkel is de aardbeving bij Roermond van 13 april 1992 en de kleine roze cirkel is de aardbeving bij Alsdorf van 22 juli 2002. De kleine rondjes rondom deze beide bevingen zijn de naschokken.

 
Alle aardbevingen in kaart gebracht  
Het aantal aardbevingen dat heeft plaatsgevonden in de provincies Limburg en Noord-Brabant is uitgezet in een grafiek, zie Figuur 2. Op de horizontale as staat de magnitude, oplopend van 0 tot 6,0 met stapjes van 0,1, en op de verticale as staat het aantal aardbevingen van die magnitude. De aantallen zijn geteld vanaf 1900, dus over een periode van ongeveer 100 jaar. In totaal zijn er 520 aardbevingen geregistreerd de afgelopen 100 jaar. In de grafiek is te zien dat er veel aardbevingen voorkomen die een magnitude tussen de 2 en 2,5 hebben. De afname voor magnitudes groter dan 2,0 is te verwachten volgens de theorie van de seismologen Gutenberg en Richter (hoe groter de magnitude, hoe minder aardbevingen per tijdseenheid). Aardbevingen met een magnitude kleiner dan 2,0 worden nauwelijks meer door mensen gevoeld en alleen door apparatuur geregistreerd als ze vlakbij een seismisch station plaatsvinden. Een deel van deze aardbevingen wordt dus niet geregistreerd, omdat ze te ver van het dichtstbijzijnde station plaatsvonden. De afname van het aantal geregistreerde aardbevingen met een magnitude kleiner dan 2,0 wordt dus veroorzaakt doordat deze aantallen niet compleet zijn.


Figuur 2

Het aantal geregistreerde aardbevingen in Limburg, Noord-Brabant en net over de grens in Duitsland en België in de afgelopen 100 jaar. Op de horizontale as staat de magnitude, oplopend van 0 tot 6,0 met stapjes van 0,1 en op de verticale as staat het aantal aardbevingen van die magnitude. Zo is te zien dat er 38 aardbevingen van magnitude 2,1 zijn geregistreerd en 4 van 5,0.


 
Meer info over intensiteit en seismisch risico  
Naast de magnitude van een aardbeving is er ook nog een andere maat om de kracht van een aardbeving weer te geven, de intensiteit van Mercalli. De magnitude is een maat voor de kracht van de aardbeving zelf; de intensiteit richt zich op de gevolgen en hangt daarom af van de diepte van de aardbevingen en van de ondergrond in die bepaalde regio.
Figuur 3 is een risicokaart en deze geeft het seismisch risico in Nederland weer, gebaseerd op tektonische bevingen. Deze risicokaart geeft de maximale intensiteit van seismische trillingen weer die te verwachten is in Nederland met een herhalingstijd van 475 jaar. Dit betekent dat in de donkerrode gebieden gemiddeld één keer in de 475 jaar een intensiteit tussen 6,5 en 7,5 voor kan komen. In dat geval kunnen voorwerpen in huis omvallen, er kan schade aan gebouwen ontstaan, zoals het afbreken van schoorstenen en scheuren in de muren. De kerkklokken kunnen gaan ‘luiden’. Een terugkeer periode van gemiddeld eens in de 475 jaar betekent dat er een kans van 10% in 50 jaar is dat deze hoge intensiteit wordt bereikt. Lagere intensiteiten komen vaker voor.


Figuur 3

Risicokaart van Nederland, gebaseerd op tektonische bevingen (bevingen die verband houden met de verschuivingen en verplaatsingen van de aardlagen). Deze risicokaart geeft de maximale intensiteit van seismische trillingen weer die te verwachten is in Nederland met een herhalingstijd van 475 jaar. Een terugkeer periode van gemiddeld eens in de 475 jaar betekent dat er een kans van 10% in 50 jaar is dat deze hoge intensiteit wordt bereikt. De risicokaart is gemaakt op basis van historische tektonische seismiciteit in Nederland en net over de grens in Duitsland en België. Het risico van aardbevingen als gevolg van de gaswinning in Groningen, Drenthe en Noord-Holland is niet opgenomen. De intensiteiten zijn weergegeven volgens de Europese Macroseismische Schaal (EMS). (Bron: de Crook, 1996).

De risicokaart is gemaakt op basis van historische tektonische seismiciteit in Nederland en net over de grens in Duitsland en België, omdat deze bevingen ook in Nederland gevoeld worden. Het risico van aardbevingen als gevolg van de gaswinning in Groningen, Drenthe en Noord-Holland is niet opgenomen. De intensiteiten zijn weergegeven volgens de Europese Macroseismische Schaal (EMS).

Als de diepte en de soort ondergrond in een bepaalde regio bekend zijn, kan de intensiteit berekend worden. Voor een beving van 3,9 op een diepte van ongeveer 5 km in Zuid-Limburg, de zwaarste beving langs de Kunradebreuk tot nu toe, wordt een intensiteit van 4,7 berekend. De maximale magnitude die eventueel kan voorkomen langs de Kunradebreuk wordt op dit moment geschat op 4,2 op de schaal van Richter. Ook deze magnitude kan met dezelfde gegevens omgerekend worden en dan komt er een intensiteit van 5,1 uit. Bij een intensiteit van 4,7 – 5,1 voel je trillingen vergelijkbaar met een voorbijrijdende vrachtauto, ramen en deuren kunnen gaan rammelen en er kan lichte schade ontstaan.

 
Links  






 


Nederlands > Risico-omschrijving > Aardbevingen